Geluk in het land van Oz

Noem mij gerust een cultuurbarbaar. Waarom? Ik had nog nooit De Tovenaar van Oz gelezen. Ja, wel een paar verfilmingen en musicals gezien: Judy Garland, Michael Jackson – weet je nog? Maar nog nooit het oorspronkelijke verhaal gelezen.

Het werd een openbaring, die me erg blij en vrolijk maakte.

Want wat een prachtig sprookje! Met een zuiverheid en een kinderlijke eenvoud om van te smullen. Dit alles overgoten met een heerlijke boodschap. Helder en sterk. Ook vanuit een spiritueel standpunt. Wat is die boodschap dan?

Alles wat je denkt nodig te hebben om gelukkig te zijn, heb je al.

De Vogelverschrikker, die hersenen wil. Omdat hij denkt niets te weten. Maar op hun lange tocht is hij degene die de slimme oplossingen bedenkt.

Op zoek naar wijsheid, liefde en moedDe Blikken Houthakker, die een hart wil. Omdat hij anders niets of niemand kan liefhebben. Maar die geen vlieg kwaad kan doen, en bittere tranen huilt wanneer hij per ongeluk op een kever trapt.

De Leeuw, die beweert een grote lafaard te zijn. En daardoor niet lijkt te beseffen wat voor dappere daden hij onderweg telkens weer verricht.

En dan is er natuurlijk nog Dorothy. Zij wil heel erg graag terug naar huis, maar weet niet hoe. Terwijl ze de oplossing de hele tijd al met zich meedraagt.

Een beetje herkenbaar zo? Zijn we niet allemaal op zoek naar wijsheid, liefde en moed? Dat hebben we nodig om ons doel te bereiken. Zodat we eindelijk thuis kunnen komen en gelukkig zullen zijn. Toch?

Zo druk zijn we op zoek, dat we niet doorhebben dat het er eigenlijk allemaal al is. Diep vanbinnen en in de vorm van je Hogere Zelf.

Zo gefixeerd zijn we op onze eindbestemming, dat we geen oog meer hebben voor de mooie vruchten die je onderweg kan plukken.

“Ik zal hersenen vragen in plaats van een hart. Want een dwaas zou niet weten wat te doen met een hart als hij er een had.”
“Ik ga voor het hart. Want hersenen maken je niet gelukkig. En geluk is het mooiste in de wereld.”

Snap je nu waarom ik zo heb genoten van “De Tovenaar van Oz”?

Je kunt het gratis elektronisch lezen, of op papier.

Gepubliceerd op 13 februari 2014 door Bart Schroeven